Nieuws

De geschiedenis herhaalt zich

Afgelopen Kerstvakantie las ik de 8e editie van de ‘Rapportage Sport’. Op de bank met de kinderen, een schuin oog op Home Alone (1 t/m 6) en rustig bladerend kwam ik aan bij de slotbeschouwing van Hugo van der Poel. Naast andere interessante zaken, houdt hij een pleidooi om eens opnieuw te kijken naar het begrip sport. Een vraag die eens in de zoveel tijd opduikt en mijn indruk is, de laatste tijd weer wat vaker. De geschiedenis lijkt zich te herhalen…

Zo eind jaren tachtig van de vorige eeuw begon een groepje studenten – Agnes Elling, Nico de Vos, Ivo van Hilvoorde en Johan Steenbergen – onder leiding van Jan Tamboer aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen (VU) zich te verdiepen in ‘de’ sportfilosofie. Herinner me nog dat we relatief blanco en verkennend onderzochten wat er was geschreven binnen dit vakgebied. En ja, naast meer sportethische vragen over doping, fair play, gender ongelijkheid binnen sport, vooral ook veel artikelen over hoe sport af te grenzen. Zonder overdrijven richtte ongeveer de helft van de sportfilosofische bijdragen in het Journal of the Philosophy of Sport zich op deze vraag. Is sport een vorm van spel? En als dat zo is, bedoelen we dan play of game? Is sport altijd lichamelijk? Wat houdt lichamelijk in? Of komen we begripsmatig iets verder als we spreken over bewegen in plaats van lichamelijk? Is sport, per definitie, geïnstitutionaliseerd en moet er altijd sprake zijn van een gestandaardiseerde competitie met strakke regelgeving? Allemaal vragen die ik zelf ook stelde tijdens het schrijven van mijn proefschrift, alweer zo’n 20 jaar geleden.

In dat proefschrift ‘Grenzen aan de sport’ – waar is de tijd gebleven: heerlijk lezen en schrijven achter het bureau, zonder te worden gestoord door een mobiel – begon ik met op een rij te zetten waarom het nu eigenlijk belangrijk is om sport te definiëren, nog voor de vraag te stellen of dit überhaupt wel mogelijk is. Hugo van der Poel gaf in zijn slotbeschouwing al verschillende redenen, bijvoorbeeld dat helderheid over het sportbegrip een voorwaarde is om empirische gegevens over sportdeelname met elkaar te vergelijken. Iets wat in de jaren negentig ook al door bijvoorbeeld Van Bottenburg naar voren werd gebracht. Er ontstonden destijds zoveel cijfers over sport dat enige systematiek en conceptuele verheldering noodzakelijk waren. Zo waren er onderzoeken naar de mate van sportbeoefening onder de Nederlandse bevolking waarin verschillen zaten van 38 procentpunten!

Maar niet alleen vanuit onderzoek, ook op beleidsniveau werd de vraag gesteld wat nu eigenlijk tot het domein van sport behoorde. WVC – het ‘voormalige’ VWS – liet een onderzoek uitvoeren door Bart Crum naar het begrip sport. Aanleiding voor het uitvoeren van dit onderzoek was (Versporting van de Samenleving, 1991, p.7): ‘Het ontbreekt beleidsbepalende instanties bijvoorbeeld aan een bruikbaar criterium of instrumentarium om te beslissen of nieuwe, onder de noemer ‘sport’ aangeboden, activiteiten in aanmerking komen voor uit sportbeleid voortvloeiende ondersteuning of om uit te maken of de organisaties, die zich voor zulke activiteiten inzetten, terecht aanspraak maken op het lidmaatschap van een sportfederatie. Met name het Ministerie van WVC en de Nederlandse Sport Federatie (NSF) worden met zulke problemen geconfronteerd.’

Deze laatste vaststelling kwam ook al uitgebreid aan de orde in het najaar van 1986 op de ledenvergadering van de NSF. Destijds werd een stuurgroep in het leven geroepen met als belangrijkste opdracht ‘de herkenbaarheid en (dus) de identiteit van de NSF te vergroten’. Na wat onderzoek en enkele maanden later, kwam de stuurgroep met aanbevelingen, waaronder het formuleren van criteria voor lidmaatschap van NSF en in lijn hiermee te bepalen welke activiteiten al dan niet als sport zijn aan te merken. Het begrip blijkt, opgetekend in het rapport ‘Sport is Actief’ (1987, p.7), namelijk aan inflatie onderhevig en daardoor dreigt het gevaar dat de identiteit van de NSF in het gedrang komt. Hoewel sport aan populariteit wint, is de afgelopen tijd minder nagedacht tot welke specifieke activiteiten ze zich dient te beperken als sportfederatie. Gevolg is dat het sportbegrip ‘… steeds breder is geworden.’ Voorstel vanuit de stuurgroep was kort en krachtig: ‘De NSF moet het begrip ‘sport’ scherper definiëren’.

Ik weet nog goed dat ik tijdens mijn promotieonderzoek moeilijk de vinger erachter kon krijgen waarin nu zo’n pleidooi voor ‘aanscherping’ van de definitie lag en waar die verbreding en begripsinflatie nu precies in zaten. In april 2000 daarom maar een korte brief geschreven aan Marten Kastermans – de voorzitter van de NSF in de jaren dat het rapport verscheen – met als belangrijkste vraag: ‘waarom pleitte u destijds voor een scherpe definitie van sport?’ Binnen enkele dagen kreeg ik antwoord: ‘Zover ik mij herinner zal het betreffende slaan op de steeds groeiende opkomst van sport- en fitnessscholen. Daarom bestond er behoefte aan een omschrijving van wat eigenlijk “sport” is. Tot dat moment bestond in feite geen juiste omschrijving van wat precies onder ‘sport’ moet worden verstaan.’

De geschiedenis herhaalt zich dus en deze zal zich blijven herhalen! En dat is niet gek. Het concept sport is nu eenmaal geen driehoek waarvan haarscherp en voor eens en altijd de grenzen zijn te bepalen. Sport is een dynamisch begrip, sociaalhistorisch gekleurd en dus aan verandering onderhevig. Sport heeft vage grenzen en over de vraag waar die precies lopen zal altijd discussie zijn!  

Ging deze discussie zo’n dertig jaar geleden bijvoorbeeld vooral over de vraag of ‘mindgames’ – dammen en schaken – nu wel vormen van sport zijn en of al die losse beweegactiviteiten binnen sport- en fitnessscholen wel ‘echte’ sporten zijn, nu gaat de discussie (ook) over ‘nieuwe’ sportvormen. In de winter van 2017 verscheen het boek met de veelzeggende titel: ‘Defining Sport – Conceptions and borderlines’. Het tweede deel van dit boek gaat louter over deze ‘grensgevallen’. Nieuwe sportachtige activiteiten zoals CrossFit, Mudraces, obstacleruns en esports, om enkele te noemen. De komende maanden zal ik eens kijken wat ze hierover schrijven en, in verkorte vorm, hierover posten. En met plezier en genoegen! Want zoals ooit Bob Dylan schreef in het prachtig nummer ‘Sara’ over zijn toenmalige geliefde ‘So easy to look at, so hard to define’, zo geldt dit ook voor sport. We houden ervan, we kijken er graag naar, maar als we ons de vragen stellen ‘wat is sport?’ dan zal dit, hoe dan ook, leiden tot discussie! Ik hou ervan…