Nieuws

Ondernemen, onvoorspelbaarheid en effectuation

Op dit moment voer ik voor Kenniscentrum Sport en NOC*NSF enkele interessante opdrachten uit. Een van de projecten richt zich op innovaties en slagvaardigheid (transities in de sport), waar van bonden en verenigingen steeds meer wordt gevraagd om in te spelen op een zich veranderende wereld. Dit bijvoorbeeld door de slagvaardigheid, het ondernemerschap en ‘innovatief vermogen’ te vergroten. Een (deels) nieuwe rol die soms nogal wat vergt van een traditioneel op leden gerichte organisatie met veelal een strakke overleg- en verantwoordingsstructuur.

De afgelopen tijd veel interessante, leerzame en inspirerende gesprekken gevoerd met leidinggevenden binnen bonden over hoe hun innovatie verder kan worden gebracht, waarvan deels ongewis is of deze ook daadwerkelijk succesvol wordt. Het gaat mij er hier niet om deze antwoorden weer te geven, die worden elders door NOC*NSF en Kenniscentrum Sport binnenkort wel gedeeld, maar wat mij fascineert is hoe ondernemerschap wordt ingevuld en hoe om te gaan met een ongewisse uitkomst binnen een wereld die vooral stoelt op ‘voorspelbaarheid, controleerbaarheid en het afleggen van verantwoording’, wat op zich prima is, maar die een ondernemende houding in de weg kunnen staan.

Een kort zijpaadje. Enkele jaren geleden publiceerden Jan Janssens, Jan Luitzen en Rem Pronk een mooi boek over ondernemen in de sport of beter ‘ondernemers in de sport’. In dat boek worden uiteenlopende verhalen opgetekend van een bont gezelschap sportondernemers. In de biografische portretten van deze 32 ondernemers wordt naast persoonlijk verhalen ook steeds een kernwoord gegeven van de ondernemer in kwestie. Sommigen zien als kern van hun ondernemerschap het eigen netwerk, de contacten, de kennis van de markt, weer anderen geven aan dat er een zekere mate van zelfvertrouwen of bluf nodig is en soms met vallen en opstaan, maar steeds weer doorgaan en niet heel bang zijn om wat risico’s te nemen. Zelf ben ik, in alle bescheidenheid uitgesproken, ook geportretteerd. Al meer dan vijftien jaar bestaat Kennispraktijk en nog steeds boeit het ons om als onderneming actief te zijn binnen sport en bewegen en aanpalende sectoren als onderwijs, welzijn en zorg. Een leuk boek met persoonlijke portretten, waarbij opvalt dat de meesten niet begonnen met een uitgebreid businessplan, een uitvoerig marktonderzoek of een analyse van de kansen en bedreigingen of een concurrentieanalyse. Men begon gewoon en stelde bij waar nodig, waarover zo meer.

Ondernemen, ondernemerschap, ondernemend gedrag, ondernemende houding en ondernemers, er is veel over geschreven. Sommigen zijn van mening dat ondernemen een soort aangeboren kwaliteit is – ‘ondernemen kunnen je niet leren, maar zit in de genen en dus in de familie’ -, anderen zeggen dat ondernemerschap weliswaar niet is aangeboren, maar wel is een ondernemer iemand die lef heeft, pro-actief is en altijd kansen ziet om op in te spelen. Vaak zien we dit soort aannames terug in portretten over bekende ondernemers als Jobs, Branson, Musk en Gates en dichter bij huis Philips of Fokker.

Ik ben ervan overtuigd, en niet voor niets zijn er tal van opleidingen in ondernemen of worden in ieder geval vakken over ondernemen gegeven, dat ondernemen een vak, een ambacht of professie is, die bepaalde vaardigheden vergt. Het is meer vakmanschap dan een aangeboren talent en dus moet ondernemerschap zijn aan te leren.

Nu lees ik met regelmaat boeken over ondernemerschap en ondernemen. In veel boeken worden dan stappen aangegeven om een onderneming te starten of een dienst of product te vermarkten. Sterk vereenvoudigd ziet een wat meer traditionele manier van ondernemen er dan als volgt uit. We hebben een idee, dit kan zijn een dienst of product, er is een vermoeden dat hier behoefte aan is, we houden een peiling (marktonderzoek), we maken een prognose van te verwachten inkomsten en kosten en indien nodig zoeken we financiering voor de ontwikkeling van het idee. Vervolgens gaan we aan de slag met het ontwikkelen van de dienst of het product en net voor we de markt opgaan, brengen we deze onder de aandacht (soort pre lancering om de behoefte wat aan te wakkeren).

Natuurlijk, er zijn hierin nuances te maken, maar er is een gemeenschappelijk uitgangspunt, namelijk een manier van denken die ‘lineair causaal’ is. Dit is een denkwijze die in haar meest eenvoudige vorm uitgaat van Idee, analyseren, beslissen, plannen, ontwikkelen en handelen. Zeg maar, veel onderzoek en analyse om antwoord te vinden op de vraag; is dit product, deze dienst of deze onderneming kansrijk? Grote gevaar is paralyse door analyse. De moed zakt ons in de schoenen want de wereld is nog niet volledig in beeld gebracht. Het paradigma dat aan deze wijze van ondernemen ten grondslag ligt zouden we kunnen vatten in motto’s als ‘bezint eer ge begint’ of ‘een goede voorbereiding is het halve werk’ – een paradigma gestoeld op ‘voorspelbaarheid’ en ‘causaliteit’.

Het gaat mij er niet om een karikatuur te maken van deze wijze van ondernemen, maar de laatste jaren zie ik ook steeds meer ondernemerschap  – en dan bedoel ik niet louter vrij ondernemerschap, maar vooral ook ondernemerschap in loondienst – dat meer leunt op elementen die door professor Saras Sarasvathy Effectuation wordt genoemd (in de portretten in het genoemde boek van Jan Janssens e.a. herken ik deze manier van ondernemen). Uitgangspunt hier is ondernemen in een wereld die onvoorspelbaar is, veranderlijk en soms als ondoorzichtig wordt beschouwd. En als dat zo is dan is het niet zo zinvol om daar een model op los te laten dat uitgaat van voorspelbaarheid. Sarasvathy onderscheidt vijf principes van effectuation (ik steun hier ook vooral op het boek van Thomas Blekman):

Professor Saras D. Sarasvathy 

bron afbeelding: https://www.darden.virginia.edu/faculty-research/directory/saras-d-sarasvathy

  1. Het bird in hand-principe. Inventarisatie van beschikbare middelen en mogelijkheden aan de hand van drie W-vragen: Wie ben ik? Wat kan ik? Wie ken ik? Hier wordt dus niet eerst gezocht naar bijvoorbeeld SMART-geformuleerde doelen om vervolgens te kijken hoe daar te komen (dus bij een doel de middelen te zoeken), maar andersom. Dit principe van ‘bird in hand’ begint bij de eigen uitgangspositie. Stel, ik wil graag mensen ondersteunen bij een actieve leefstijl. Nog een vaag idee of wens, die past bij wie ik ben en wat ik wil. Vervolgens is het goed om eens te kijken wat je kunt qua ervaring, opleiding, deskundigheid en vaardigheden. Om vervolgens in kaart te brengen wie je allemaal kent (vrienden, bekenden, organisaties). Zonder dus eerst na te denken over waar je precies naartoe wilt, maar wat meer ‘wat zou ik kunnen realiseren met de antwoorden op de vier W-vragen’. Bijvoorbeeld, ik kan goed met mensen omgaan, stel ze op hun gemak en kan ze motiveren, heb ervaring binnen de zorg en sport en ik ken mensen binnen de gemeente en zorg dat die me verder kunnen helpen. We zoeken dus eerder een doel bij de voorhanden zijnde middelen. Niet dus de kok die volgens een recept iets maakt, maar een kok die kijkt welke ingrediënten hij heeft en hier een maaltijd van maakt.
  2. Affordable loss-principe. Het motto is hier wat de poging je waard is. Niet door te kijken wat iets op kan leveren, maar omgekeerd wat is een aanvaardbaar risico. Stel je wilt een kledingzaak starten, dan is een begin kleding verzamelen (of kopen) en de vraag stellen ‘als dit mislukt vind ik dan wat ik heb uitgegeven aanvaardbaar?’ Of in geval van een bond, als deze innovatie mislukt is de investering dan een aanvaardbare geweest? In plaats van wat levert deze innovatie op (is immers moeilijk te voorspellen in een veranderbare wereld).
  3. Lemonade-principe. Hier gaat het erom hoe je omgaat met onverwachte omstandigheden (die je in de wereld van onvoorspelbaarheid hoe dan ook tegen komt!). Het causale, doelgerichte denken ziet al het onverwachte en onvoorziene als een risico, een gevaar. Het zijn verstoringen die moeten worden vermeden. Effectuators zijn juist in hun element in onkenbare omstandigheden door juist in te spelen op kansen. Vandaar het lemonade-principe: als je citroenen vindt dan maak je citroenlimonade. Het betreft hier meer de attitude om te kunnen inspelen op nieuwe omstandigheden in plaats van het ongewisse aan de voorkant te willen beheersen (b.v. met voorspellingen en risico-analyses).
  4. Crazy quilt principe. Dit principe van de bonte lappendeken komt er feitelijk op neer dat gedurende de rit wordt gezocht naar samenwerking met anderen (stakeholders). Niet de ander zien als concurrent, maar vooral als ‘aanhaker’ bij te realiseren ideeën. Als bond inspelen op de behoeften van de ongebonden sporter zal snel uitlopen op samenwerking met app-ontwikkelaars, social marketing deskundigen en lokale organisaties die bijdragen aan de implementatie. Samenwerking met anderen vanuit een bepaalde ambitie.
  5. Pilot in the plane-principe. Dit principe komt er eenvoudig gezegd op neer dat in een turbulente wereld een (vlieg)plan soms niet houdbaar is, maar een goede piloot weet toch in te spelen op veranderende omstandigheden. Hoe vaak zien we niet dat opgestelde projectplannen, jaarplannen, werkplannen vaak helemaal niet zijn gelopen zoals opgesteld? Een goede piloot met een redelijk vliegplan heeft hier de voorkeur boven een redelijke piloot met een goed vliegplan (gegeven dat we in turbulentie zitten).

Mij fascineert Effectuation als manier om richting te geven aan innovaties en ondernemerschap, vooral omdat het uitgangspunt me aanspreekt en aansluit bij de wereld waarin we leven: onvoorspelbaar en veranderbaar in plaats van voorspelbaar en statisch. Ik zeg niet dat het om ons heen een chaos is, maar ontwikkelingen gaan zo snel, volgen elkaar kort cyclisch op, dat hierop flexibel inspelen learning by doing effectiever is dan beheersen met blauwdrukken.

Ik weet eigenlijk niet of er in de sport onderzoek wordt gedaan vanuit dit model en of Effectuation wordt toegepast binnen sportopleidingen. Wie het weet, laat me weten! En mocht je het idee hebben dat nog weinig onderzoek wordt gedaan naar Effectuation, kijk dan eens op de prachtige website www.effectuation.org van de Society for Effectual Action. Hieronder ook nog wat leestips.

Tot zover. In mijn volgende blog zoom ik wat in op een onderscheid dat Nassim Nicholas Taleb in zijn meesterwerk De Zwarte Zwaan eens heeft gemaakt, dat tussen ‘Mediocristan’ en ‘Extremistan’ en vooral wat dit kan betekenen voor innoveren, onderzoeken en ondernemen. Tot over een paar weken voor de Kerst!

Johan Steenbergen

Leestips

Thomas Blekman (2011). Corporate Effectuation – Vanaf nu is ondernemerschap echt te leren. Den Haag: Sdu Uitgevers bv.

Michael Faschingbauer (2010). Effectuation – Wie erfolgreiche Unternehmer denken, entscheiden und handeln. Stuttgart: Schäffer-Poeschel Verlag.

Jan Janssens, Jan Luitzen en Rem Pronk (2012). Ondernemen in de sport – Verhalen van pioniers en vernieuwers. Den Bosch: Chionis.

https://www.effectuation.org/

Nassim Nicholas Taleb (2008). De Zwarte Zwaan – De impact van het hoogst onwaarschijnlijke. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.