Nieuws

Sportimpuls verloopt goed, specifieke onderdelen vragen aandacht

Sportimpuls logo sport en bewegen in de buurt

Sportimpuls verloopt goed, specifieke onderdelen vragen aandacht

Dit najaar heeft Kennispraktijk het vierde verdiepingsonderzoek naar de lokale uitvoering en opbrengsten van de Sportimpuls uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de onderzochte projecten over het algemeen goed (zijn) verlopen.

De werving van deelnemers wordt steeds professioneler. De manier van werven ligt ook goed in lijn met factoren waarvan uit onderzoek is gebleken dat ze een positieve invloed hebben op de werving van deelnemers. Ook wordt expliciet aandacht besteed aan factoren die een positief effect hebben op het behoud van de deelnemers. Dit gebeurt vooral bij projecten binnen Kinderen sportief op gewicht (KSG) en projecten binnen Jeugd in lage inkomensbuurten (JILIB). Toch blijft het voor projectleiders de grootste uitdaging om deelnemers te behouden. Is is belangrijk omdat de Sportimpuls zo daadwerkelijk een positief effect heeft op het sport- en beweeggedrag van de beoogde doelgroep.

Nieuwe netwerken belangrijk neveneffect

Het belangrijkste neveneffect dat is opgetreden tijdens de uitvoering van de Sportimpulsprojecten is het ontstaan van nieuwe netwerken en de versterking van bestaande netwerken. Netwerken zijn ook vaak uitgebreid met nieuwe organisaties vanuit verschillende sectoren zoals gezondheid en welzijn. Hierdoor ontstaat uitwisseling van nieuwe kennis en ervaringen. Bijvoorbeeld over de doelgroep die moet worden bereikt en wat er voor nodig is om de doelgroep in beweging te krijgen.

Borging Sportimpuls blijft verbeterpunt

Het verdiepingsonderzoek laat tot slot zien dat het thema borging nog steeds als verbeterpunt naar voren komt. Er wordt nog vaak (net als in voorgaande jaren) aangegeven dat hier van te voren niet goed genoeg over nagedacht is, of dat men te lang heeft gewacht om hier over te gaan nadenken en dit vorm te geven. De borging van samenwerking gaat nog redelijk goed, maar de continuering hangt sterk samen met de beschikbaarheid van financiële middelen. De aandacht voor financiële inzet na de projectperiode komt nog vaak veel te laat op de agenda. Men is vaak blij als het project goed verloopt en kijkt gedurende het traject te weinig richting de toekomstige verduurzaming.

U kunt de rapportage hier downloaden.

Neem voor meer informatie contact op met Eralt Boers op e.boers@kennispraktijk.nl