Nieuws

Vakmanschap door gewoontevorming – blijf weg van vluchtigheid!

De afgelopen jaren heb ik vanuit Kennispraktijk veel trainingen verzorgd en organisaties ondersteund. Vaak gericht op ‘ondernemender worden in houding en gedrag’, ‘meer denken en handelen van buiten naar binnen’ en ‘in contact blijven met de omgeving’. Wat mij elke keer weer opvalt is dat er in Nederland erg veel is ontwikkeld aan diensten en producten. De afgelopen jaren is, onder tal van benamingen als ‘co-creërend ontwikkelen’, ‘synergetisch werken’ en ‘hybride leren’, vaak in samenwerking met praktijken gecreëerd. Er is, kortom, veel ontwikkeld! De vraag is echter of met het aanbod altijd goed wordt ingespeeld op waar ‘de’ praktijk behoefte aan heeft.

Wat ik zie is dat wanneer, bijvoorbeeld tijdens een training, wordt gevraagd welke diensten en producten er zijn binnen de organisatie, in een mum van tijd de gehele flip over vol staat. Als vervolgens wordt bezien voor wie deze diensten en producten interessant zijn, dan wordt het al iets stiller en de lijst navenant korter. En dit zet zich door tot ‘oorverdovende stilte’ als we nog wat verder spitten naar ‘op welke vragen spelen jullie diensten en producten in?’ of ‘welke waarde creëer je voor wie?’. Soms lijkt het aanbod de vraag wat te overstijgen.

Ook valt me op dat de energie eerder wordt ingezet op ‘zoveel mogelijk’ dan op ‘voor een bepaalde tijd richten op één ding’. Wat je dan hoort is ‘geen dag is voor mij hetzelfde, ik heb zoveel verschillende dingen die ik aan- en oppak!’ of ‘ik ben druk met van alles en nog wat … je wilt het niet weten’ en ‘die afwisseling maakt mijn werk zo leuk!’. Maar wat ik ook regelmatig hoor is ‘we beginnen aan iets, maar maken zelden iets af’ of ‘het ene product is nog niet ontwikkeld of we zijn al weer druk met iets anders.’

Gevolg is vaak versplintering, niets met volle aandacht doen en nooit echt tot afronding komen. Dit kan zeer frustrerend zijn, want altijd is er het gevoel dat je er net niet bent en als iets is afgerond dan verdwijnt dit na enige tijd op de plank om ‘stof te vangen’. Het werk voelt (en is) dan allemaal wat vluchtig, waardoor weinig wordt herhaald of tot een gewoonte wordt. Deze vluchtigheid gaat onder andere ten koste van het werken aan vakmanschap. In het prachtige boek ‘de ambachtsman, de mens als maker’ van socioloog Richard Sennett, beschikt een vakman ‘… over bepaalde vaardigheden en deze zijn niet het gevolg van en aangeboren talent, maar van ‘geoefende praktijk’. Sennet in een mooie, wat vileine passage: ‘Beweringen over aangeboren, ongetraind talent moeten we met een korreltje zout nemen: ‘Als ik de tijd er maar voor had zou ik een goed boek kunnen schrijven’ of ‘als ik het maar kon opbrengen’ is meestal een narcistische fantasie. Als je daarentegen een handeling keer op keer herhaalt, wordt zelfkritiek mogelijk.’  In deze laatste zin zit de crux. Door iets te herhalen, te oefenen en hierin ritme te ontwikkelen, wordt iets tot een gewoonte en verwerven we bepaalde vaardigheden. In het handelen en de herhaling hiervan ligt de verbetering!

Dit impliceert dus dat een training bijvoorbeeld over het gebruik van een model of het oefenen van gesprekken of schrijven van een tekst, niet ophoudt bij de training zelf, maar eerder een aanzet of begin is. Noem het ‘inspiratie om zelf verder te gaan’. Maar vaak hoor ik ‘leuke training, mooie inzichten, veel energie, maar morgen sneeuwt het weer onder en gaan we over tot de orde van de dag.’ In analogie met trainen binnen de sport, ‘we trainen wel op vrije trappen en spelsituaties, maar morgen gaan we weer over op de dagelijkse gang van zaken’. De zin lezen, is de absurditeit hiervan herkennen.

Om vakmanschap te ontwikkelen moet vooral worden gezocht naar die vaardigheden die het vakmanschap bepalen om vervolgens te kijken hoe deze zijn aan te leren. Dit aanleren vindt plaats, niet door steeds iets nieuws en veel te doen, maar juist door deze kernvaardigheden te herhalen, waardoor iets tot een gewoonte wordt! Lally e.a. van de University College in Londen onderzochten bijvoorbeeld hoe lang het duurt dat ‘simpele’ taken als water drinken of sit-ups tot een gewoonte worden. Dit duurt gemiddeld zo’n zesenzestig dagen! Het gaat hier om eenvoudige taken, die niet eens een specifieke vaardigheid vereisen! Vakmanschap is ‘vaardigheid in actie’ – ‘het idee van een schilderij is niet het schilderij’ – en door deze te blijven oefenen, gaan ze tot vast repertoire van de professional behoren. Dus blijf zoveel mogelijk weg van vluchtigheid en ontwikkel vakmanschap door gewoontevorming.

Enkele tips

  • Kijk eens welke vaardigheden de kern vormen van je professie/werk.
  • Begin met gedisciplineerd die kernvaardigheden te oefenen totdat ze een gewoonte worden.
  • Reflecteer eens in de zoveel tijd, bijvoorbeeld samen met een collega (of in een soort meester-gezel relatie), op de ontwikkeling van deze kernvaardigheden.
  • Pak niet alles gelijk op, maar concentreer je hierbij eens op ‘één ding’ dat je binnen een bepaalde tijd beter wilt doen en onder de knie wilt krijgen.

Enkele leestips

Gary Keller & Jay Papasan (2013). Een ding. Amsterdam: Xander Business. (soort zelfhulpboek waarin een pleidooi wordt gehouden voor het richten op één ding in plaats van op veel verschillende zaken).

Phillippa Lally et al., (2010). How are Habits Formed: Modeling Habit Formation in the Real World. European Journal of Social Psychology, 40, pp. 998 – 1009. (artikel waarin wordt onderzocht hoe lang het duurt voordat een simpele taak een gewoonte wordt).

Gretchen Rubin (2015). Steeds beter -verander je gewoonten, verander je leven. Amsterdam: Bruna uitgevers: Amsterdam. (handvatten om te komen tot een vast ritme en het creëren van (zinvolle) gewoonten).

Richard Sennet (2018, 12de druk). De ambachtsman – de mens als maker. Amsterdam: Meulenhof. (sociologische studie over vakmanschap, wat dit inhoudt en waar mogelijke hindernissen liggen om tot vakmanschap te komen).